MORGEN BEGIN IK ECHT

Het is avond, er is wanhoop.
Er is niets behalve eten.
Dromen over eten.
Praten over eten.
Denken over eten.
Besluiten over eten.
En hoe ik ook probeerde.
Na al die jaren.
Geen controle meer.
Geen controle over eten.
Maar morgen wel.
Want morgen begin ik echt.

Morgen werd vandaag.
Veilig ontbeten, wandeling gemaakt.
Stapper de stap langs de supermarkt.
Pizza, chocola, chips en ijs.
Kaas, zakken snoep, brood en speculaas.
Alles in een tas.
Nee, ik heb geen feestje.
Ja, ik ga dit allemaal opeten.
In een uur.
Nu mag het nog.
Want morgen, morgen begin ik echt.

Paniek. Paniek. Paniek.
Je bent dik. Je bent een zeekoe.
Je bent lelijk. Je bent afgrijselijk.
Je stelt iedereen teleur.
Niemand wil je nog.
Je familie zal je afwijzen.
Iedereen zal je nakijken.
Niemand zal nog van je houden.
Dus kom op.
Morgen begin je echt.

Het is morgen.
Ik compenseer, ik eet niet meer.
Controle in een boekje.
Boekjes geven rust.
Geen eetbui gehad? Sticker verdiend.
Eén dag, één sticker.
Maar morgen begint het pas echt.

Wakker worden.
Er is maar één optie.
Drang, drang, drang.
Het duurt te lang.
Pot chocopasta.
Lepel.
Lepel na lepel na lepel.
Zak chips.
Kilo kaas.
Vijf repen chocola.
Drie muffins.
Tijd om op te staan.
Douchen, aankleden.
Als een junk naar de Albert Heijn.
Vreten, vreten, vreten.
Nul controle, nul besef.
Nooit gedacht dat ik zou weten.
Hoe het is om een junk te zijn.
En elke dag weer te bedenken:
Morgen begin ik echt.

En na dat uurtje vreten.
Verstand op nul, gevoel kapot.
Gooi ik al het eten weg.
Stukken kaas.
Volle zakken drop.
Repen chocola.
Het moet weg, weg weg.
Al het bewijs van mijn zwakte.
Weg. Niet meer nodig.
Want morgen begin ik echt.

In bed.
Honger.
Je kunt geen honger hebben.
Ik moet eten.
Je hebt al duizenden calorieën op.
Ik moet eten.
Ik kan niet anders.
Vreetbui nummer drie.
Ik sluip de trap af, naar buiten.
Deur open, als een dief in de nacht.
Met m’n handen in het afval.
Ik vreet uit de vuilnisbak.
Terug naar bed.
Ik doe geen oog dicht.
Want morgen begin ik echt.

Maar morgen werd overmorgen.
En overmorgen werd overgeven.
Want het kon niet meer zo langer.
Ik voelde het elke seconde.
Elke seconde werd ik dikker.
Ten minste in mijn hoofd.
Als ik mijn hoofd beweeg voel ik mijn onderkind.
Als ik loop voel ik mijn benen tegen elkaar schuren.
Ik pas mijn kleren niet meer.
Ik geef me over.
En kots mezelf leeg.
Een keertje kan geen kwaad.
Want morgen stop ik.
Morgen begin ik echt.

En morgen begon het echt.
Boven de wc.
Boven het doucheputje.
In een plastic zak.
Vinger in m’n keel.
Verstand op nul.
Doorgaan tot het laatste restje.
Niet eerder stoppen.
Moe.
Kapot.
Hoofdpijn.
Keelpijn.
Knokkels opengehaald.
Leeggekotst.
Maar vol van goede moed.
Want dit keer wist ik het zeker.
Morgen begin ik echt.

Morgen begint vandaag
Ik wilde vandaag eigenlijk schrijven over een heel ander onderwerp, maar ineens kwam dit gedicht eruit.
Het was heftig, omdat ik weer van zo dichtbij voelde hoe verschrikkelijk het was, hoe bizar, onmenselijk streng ik voor mezelf was. En vooral: hoe eenzaam het ook was. Alles deed ik in het geniep en hoewel mensen om me heen op een gegeven moment wel wisten dat ik eetbuien had, hadden ze geen idee van al die gedachten daaromheen en al die voornemens om het ie-de-re morgen weer toch écht anders te gaan doen.

De moraal van het verhaal is natuurlijk dat het geen zin heeft om je elke dag voor te nemen het morgen anders te doen, tegen beter weten in. Natuurlijk kun je goede voornemens hebben, dat is niet per definitie slecht. Het is prima om je voor te nemen om het dit jaar, deze maand, of morgen écht anders te gaan doen. Maar bij al die voornemens kun je jezelf de vraag stellen: waarom begin ik niet nu? Als je morgen kunt beginnen, kun je élk moment beginnen. Elk moment (NU!) kun je beginnen met anders denken, anders kijken, anders luisteren. Lukt dat niet? Dan is het een onderzoekje waard: is je voornemen wel écht goed voor je? Of is het stiekem een dwanggedachte of onrealistische en harde eis? Kortom, doe je het vanuit compassie en liefde voor jezelf, of omdat je wilt voldoen aan verwachtingen van anderen?
Bovendien: discipline werkt uiteindelijk niet. Jarenlang zat ik gevangen in de anorexia discipline en dwang en at ik afgepaste hoeveelheden, bewoog ik volgens een strakke discipline en ook alle andere dingen in mijn leven deed ik vooral omdat ik van mezelf vond dat het moest, omdat ik dacht dat ik niet anders kon. Omdat ik extreem bang was om te voelen. En hoewel een eetverslaving misschien extreem klinkt, kennen we het bijna allemaal. Jij waarschijnlijk ook. Weglopen voor je gevoel, vluchten in een verslaving. De één stopt met eten, de ander kan niet meer stoppen met eten of kan alleen maar gezond eten, weer een ander gaat drinken, roken, neuken, dwangmatig sporten, gamen, overwerken, slapen en zo kan ik nog wel even doorgaan. Wat je ook doet om je gevoelens te vermijden, uiteindelijk komt er een moment dat je niet meer kunt. Mijn lichaam (en geest) maakten me dat tijdens de boulimia op een hele nare manier duidelijk. En dat brak me vol-le-dig op, tot het punt dat ik niet meer wilde leven. Kortom, je kunt nog zo gedisciplineerd van alles wel of niet gaan eten, of dwangmatig elke week drie keer gaan sporten en ongetwijfeld zul je er goede resultaten mee behalen en je op korte termijn beter voelen. De vraag is alleen hoe lang je het volhoudt en of je er uiteindelijk werkelijk gelukkig van wordt… Als dat zo is, ben ik heel blij voor je. Maar voor mij en de meeste mensen werkt het niet, dat weet ik inmiddels heel zeker.

Liefdevol gokken
Want hoe het gedicht eindigde, is gelukkig niet hoe ik uiteindelijk ben geëindigd. Ik was het (lees: mezelf en mijn dwanggedachten) op een gegeven moment letterlijk KOTSbeu. Nog eenmaal dacht ik: morgen begin ik echt. Ditmaal niet met diëten, compenseren, disciplineren. Ik begon liefdevol te gokken (dat leerde ik van Monique Rosier ). De gok wagen en keuzes maken die doodeng waren, omdat ik geen idee had wat de consequenties zouden zijn. Ik durfde niet, ik wilde niet, ik kon het niet en tóch ging ik het doen. Om te beginnen: mezelf toestaan om alles te eten zonder consequenties én stoppen met overgeven. Het was echt niet makkelijk. Eetbui na eetbui bleef komen in het begin, tranen van wanhoop en paniek omdat ik dacht dat het nooit meer zou stoppen. Maar toch, élke keer dat ik mezelf liet gaan, dat écht alles mocht en elke keer dat ik het niet uitkotste, bracht me een sprankje meer zelfvertrouwen, geluk, vrijheid. En de noodzaak was groot. Immers, op deze manier wilde ik sowieso niet meer leven. Wat had ik te verliezen? Steeds vaker lukte het zo om in plaats van hard en gedisciplineerd juist zacht en liefdevol naar mezelf te zijn. En tot mijn grote verbazing: steeds minder vaak had ik de drang om te vreten. Van drie keer per dag, naar drie keer per week, per maand, per jaar, tot het helemaal uitbleef. Ik begon in te zien: vrij eten bestaat echt. Elke dag weer mogen eten wat je wilt, zonder schuldgevoel en zonder bingen, vreten of overgeven en mét een lichaam dat in balans is…Want vrij eten betekent echt niet dat je jezelf continu volstopt. Dat mág wel als je er echt zin in hebt, maar dat is gewoonweg een stuk minder vaak.

Tot slot: gezond eten en bewegen kunnen best een goed voornemen zijn, als de intentie volledig vrij is. Soms is het namelijk juist een liefdevolle gok om wél te gaan sporten of goed en gezond te koken. Ik ben vaak nog erg moe en moet mezelf soms echt een schop onder mijn kont geven om even lekker naar buiten te gaan. Het verschil is: vroeger schopte ik zo hard dat ik uiteindelijk omviel en niets meer kon. Nu schop ik mezelf juist zachtjes en liefdevol weer overeind als ik dreig om te vallen. Ik schop mezelf wakker, om in beweging te blijven. Stapje voor stapje in de richting van mijn missie. Zodat ik anderen kan helpen om morgen ook écht te beginnen aan hun leven in vrijheid.