JIJ HEBT MAKKELIJK PRATEN

Een greep uit de reacties als ik mensen vertel wat mijn missie is en wat ik met mijn bedrijf wil bereiken:
“Goh ja, vrij eten zeg je? Alles mag? Ja haha! Als ik zo’n lijntje zou hebben als jij zou ik ook wel alles kunnen eten. Nee, als ík dat zou doen, zou ik niet meer door de deur passen. En ik geloof echt niet dat jij net zoveel eet als ik. Dat kan niet.
Je eet vast héééél gezond.”
En vooral:
“Ja, jij hebt makkelijk praten. Jij hoeft niet aan te horen dat je te zwaar bent. Jij wordt niet nagekeken of uitgescholden als je op straat een patatje eet. Jij past gewoon leuke kleding. Jij kunt misschien eten wat je wilt zonder aan te komen, maar ík kan dat niet. Ik moet altijd op de lijn letten, zal altijd moeten worstelen om af te vallen…”

We eten ineens allemaal quinoa
Natuurlijk zijn er ook veel mensen die heel positief reageren (“Yes, deze boodschap hebben we nodig!”), of die reageren in de trant van “O ja, zo eet ik al mijn hele leven!” Gelukkig maar. Want eigenlijk is vrij eten heel gewoon. Iedereen kan het, het is hoe je als baby at en dronk. Natuurlijk, in de letterlijke zin van het woord. Eten wat je wil, waar je lichaam behoefte aan heeft. Uit het hoofd, in het lijf. Waarom is dat toch zo moeilijk en waarom voelt het voor de meeste mensen too good to be true? Het antwoord is simpel: omdat we om ons heen enkel en alleen de bevestiging krijgen dat dun zijn mooi en gezond is en dik zijn lelijk en ongezond. De opmerkingen aan het begin van dit stuk spreken boekdelen: we zijn collectief gaan geloven in de claims van de dieetindustrie dat koolhydraten slecht zijn en suiker een eng soort gif is. Dat afvallen een prestatie is waar we elkaar mee complimenteren en aankomen een doodzonde waar we maar liever over zwijgen (behalve dan achter iemands rug om). We eten ineens allemaal quinoa, bakken in kokosolie en drinken onooglijke groene smurrie smoothies. Ondertussen posten we ons suf. ‘Kijk mij eens gezond doen!’ Alsof het echt zo lekker is. Alsof we er heel gelukkig van worden. Alsof we alleen mogen bestaan bij de gratie van gezond eten en jezelf uitputten in de sportschool.

Niet meedoen aan deze gezondheidswedloop lijkt bijkans onmogelijk. Overal en nergens krijg je te horen dat je vooral moet opletten. In de supermarkt (‘Nu met 20% minder vet!’), als je televisie kijkt of een tijdschrift leest (‘Slank de zomer in!’), als je met een collega bij de koffieautomaat op je werk staat (‘Ik heb nu toch zó’n fan-tas-tisch dieet gevonden! Het is echt heel makkelijk, ik ben al 5 kilo kwijt in twee weken. Zou je ook moeten doen!’) De boodschap is dat slank zijn maakbaar en voor iedereen haalbaar is. En daaronder: dat je pas écht gewaardeerd wordt en er mag zijn als je fit en dun bent en vooral nooit iets ‘slechts’ eet. Dat je een loser bent als je toch weer zwicht voor een frietje of een lekker ijsje. Want al die anderen, die mooie vrouwen in de tijdschriften en op Instagram en ja, zelfs je collega. Zij kunnen het wel, zij zijn wel sterk en gedisciplineerd. Zij zijn beter dan jij. Jij bent een slappeling, jij bent lelijk, jij bent het niet waard om gezien te worden. Een mens zou van minder diep ongelukkig worden.

Want uiteindelijk willen we er allemaal bij horen, gezien en geliefd worden én we willen zo lang mogelijk blijven leven. Dat zit in onze genen, dus evolutionair gezien is het heel logisch dat we massaal alle gezondheidsclaims opvolgen. Dat we met z’n allen ineens geloven in de helende (lees: afslankende) werking van kruidencapsules en honderden euro’s spenderen aan dieetpoedertjes en ‘gezonde’ repen. We zijn bang. En we worden steeds banger gemaakt. Bang om verstoten te worden uit de groep, bang om afgewezen te worden. Bang om vroeg dood te gaan. Maar vooral: bang om onszelf te zijn. Onszelf te laten zien. Ons ware zelf. Met onze ware gevoelens en gedachten. Met onze imperfecties. Met ons lichaam, van nature en door de jaren heen gebutst, getekend, met of zonder sproeten, met of zonder puistjes, met of zonder kleurtje. Met maatje 34 of 52.

Ja, ik heb makkelijk praten
Om nog even terug te komen op het begin: Ja, ik heb makkelijk praten.
In een wereld waarin dun zijn wordt toegejuicht en bejubeld terwijl fatshaming aan de orde van de dag is, heb ik makkelijk praten. Zelfs toen ik ruim 30 kilo aankwam toen ik boulimia kreeg en toen ik mezelf onooglijk vet vond, had ik nog een ‘normaal’ en geaccepteerd figuur. Ik ben nooit uitgejouwd op straat, of nagekeken. Als ik bij de dokter komt, vraagt ie nooit iets over mijn eetpatroon. Ik pas in de meest kleine vliegtuigstoeltjes. Ik krijg van wildvreemden complimenten over mijn figuur. Ik pas alle kleding die ik leuk vind. Dus ja, ik heb makkelijk praten. Ik ondervind de voordelen van thin privilige en daar ben ik me terdege van bewust. Maar ben jij dat ook? Denk maar eens aan jouw reactie als je een dik iemand op straat een ijsje ziet eten. Wat denk je dan? Maak je er wel eens een opmerking over? Of wat zeg je tegen jezelf als je in de spiegel kijkt of als je een paar kilo bent aangekomen? Ons brein is door alle boodschappen die we van jongs af aan (on)bewust meekrijgen prewired om alles wat ‘vet’ is als gevaarlijk of ongewenst te zien, als iets dat verborgen, bedekt of weggezogen (!) moet worden. We zijn het zo gewoon gaan vinden dat we het zijn gaan geloven. Terwijl we diep van binnen best beter weten.

Juist daarom is het zó belangrijk om de strijd aan te gaan. Want hoewel de media en de dieetindustrie nooit de enige aanleiding zijn voor het ontwikkelen van een eetstoornis, helpt het natuurlijk niet mee. En, om nog maar even zo’n vooroordeel te tackelen: een eetstoornis kent geen maat. Sterker nog, bij de meeste mensen kun je het helemaal niet zien dat ze dagelijks een oorlog voeren in hun hoofd. Ja, het was overduidelijk toen ik anorexia had. Maar toen ik boulimia had en elke dag meerdere keren boven de wc hing, kreeg ik enkel en alleen te horen ‘hoe goed ik eruit zag’. Nu ik uit de eetstoornis ben, besef ik pas wat een hel het was. Elke dag weer. En hoe vaak en veel ik getriggerd werd om me heen. Omdat een vriendin op dieet ging, mijn moeder vond dat ze wat kilo’s kwijt moest raken, ik de zoveelste afslank challenge voorbij zag komen of gewoonweg omdat ik iemand zag die nog dunner was. Want dun=goed en dik=slecht. Zo zwart/wit is het inmiddels geworden in onze maatschappij. En mede daardoor zijn er zoveel mensen die nog strijden en extreem lijden. Of ze nou dun of dik zijn, gemiddeld of normaal. En dat is onnodig en zo oneerlijk. In een land waar we zo hoog van de toren blazen over tolerantie, gelijkheid en diversiteit zijn we in werkelijkheid intens hard over mensen die niet passen binnen ons plaatje van ‘dun=gezond’. Zij horen er niet bij en worden gediscrimineerd. Maken minder kans op een baan, moeten eerst afvallen voordat ze een medische behandeling krijgen, worden uitgescholden en buitengesloten. Het is evolutionair, maatschappelijk en historisch gezien wellicht allemaal te verklaren waarom het zo gekomen is, maar dat betekent niet dat we ons erbij neer moeten leggen.

Want het kan wél anders. Het móet anders.
We moeten figuur, lijn en lichaam weer gaan zien voor wat het is. Ons lijf leren omarmen. Dankbaar zijn voor ons prachtige lijf. Waarderen dat we anders zijn dan anderen, omdat we compleet onszelf zijn. Want sta hier eens bij stil: er zijn altijd en overal lange mensen en korte mensen, met bruine of blauwe ogen, grote en kleine oren, rechte en kromme neuzen, krullend of steil haar, een gladde of onzuivere huid. En er zijn ook altijd en overal dikke en dunne mensen. We zijn allemaal anders en juist daarom allemaal uniek. Juist die diversiteit moeten we weer leren omarmen. We moeten kinderen op school leren dat het heel normaal is dat mensen er anders uit zien. Dat de één heel dun is en de ander voller. En dat het niet uitmaakt, omdat iedereen al goed is zoals ie is. Dat we mensen niet beoordelen op hun uiterlijk (of op hun prestaties, maar dat is weer een heel ander verhaal).

Als het lukt, praat dan zachtjes mee
Het lijkt bijna onmogelijk om, tegen alle stromen in, te eten wat je wil. Te bewegen hoe en wanneer jij dat wil. Je lijf te omarmen, gewoon zoals het is. Te stoppen met diëten, te stoppen met bewegen puur om calorieën te verbranden en (in hemelsnaam) te stoppen met knagen op niet te hachelen groene stengels omdat het nou eenmaal zo gezond is. Zoals Nelson Mandela al zei: het lijkt altijd onmogelijk, totdat je het doet.

Want het kan wel. Sterker nog, ik geloof er heilig in dat vrij eten pas écht gezond is. Als je weer echt leert luisteren naar je lijf, eet waar je zin in hebt zonder schuldgevoel, dan komt je lijf vanzelf weer in balans. Ik eet echt niet alleen maar friet en pizza, maar als ik er zin in heb dan doe ik het. Ook als ik al drie dagen ‘slecht’ eet. Voor mij is er geen goed of slecht eten meer, ik eet ‘gewoon’ waar ik behoefte aan heb. Het gaat vanzelf, juist omdat ik er niet meer over nadenk. Ik eet elke dag chocola en ijs, maar ook groente en fruit. Maar wat of hoeveel ik precies eet maakt niets uit. Want hoe die balans er precies uit ziet, dat is voor iedereen verschillend. Dat is immers wat ons mens maakt. Ik zie er anders uit dan jij, maar vanbinnen zijn we uiteindelijk allemaal hetzelfde. We willen maar één ding: verbonden zijn, gezien worden, geliefd zijn. Maar daarvoor zullen we het eerst zelf moeten doen. Verbinden met ons lichaam, onszelf zien en van onszelf houden zoals we zijn. Dan maakt het ineens niet zoveel meer uit wat de rest doet. Als we dat onze kinderen toch eens konden leren…

Ja, ik heb makkelijk praten. Gelukkig maar. Want jarenlang kon ik niet praten. Durfde ik niet te praten. Over eten, mijn lijf en mijn strijd. Nu heb ik makkelijk praten en daarom doe ik het ook. Graag en veel. Want het is nodig, er is een andere stem nodig. Een nieuw geluid. Ik praat voor alle vrouwen die dat nog niet kunnen of durven. Voor alle vrouwen die nog dagelijks bang zijn voor eten, bang om aan te komen, bang te falen en nooit goed genoeg te zijn. Voor jullie praat ik. En als het lukt, praat dan zachtjes mee. Fluister, geef je woorden aan de wind. Zeg eens nee tegen je dieet en ja tegen een lekker toetje. Doe niet meer mee als je vriendinnen beginnen aan weer een nieuw rondje ‘vrouwen-onzekerheids-gekakel’. Zeg eens tegen je vriendin hoe mooi ze is. Zeg eens tegen jezelf hoe mooi je bent. Want hoe vaker je het zegt, hoe sneller je het gaat geloven. En hoe meer mensen het zeggen, hoe gewoner het wordt.
Zodat we straks met z’n allen makkelijk praten hebben. Doe je mee?